zondag 7 juli 2013

Verborgen eenzaamheid: de dwalende migrantenziel

Interview Ahmed El Mesri

“Toen bedacht ik dat ik als ervaringsdeskundige iets kon betekenen voor andere migranten. Door hen te behoeden voor het sociale isolement dat ik had gekend.”
 
Als piepjonge migrant ontworstelde Ahmed El Mesri zich aan het totale isolement waar een zwaar auto-ongeluk hem in onderdompelde. Hij kroop naar het leven terug en beschouwt het sindsdien als zijn missie om andere migranten te behoeden voor eenzaamheid en sociaal isolement. Zelfredzaamheid en ‘participatie met behoud van eigen identiteit’ zijn daarbij zijn kernwaarden. Ook zijn multiculturele vereniging Assadaaka ziet geen brood in een slachtofferrol: “Zonder participatie krijg je gettovorming. Dat leidt nergens naar.”
 
Het gesprek met El Mesri (57) in zijn kantoor schuin tegenover Artis in Amsterdam vindt plaats een week of wat na het overlijden van Hassan, een 72-jarige Marokkaanse man die cliënt was bij Assadaaka. “Hij leefde alleen, was ziekelijk en had nauwelijks een cent”, herinnert zich El Mesri. “Z’n huis uit komen deed hij bijna niet meer. Hij had altijd honger maar wachtte totdat een vrijwilliger van ons langs kwam om boodschappen te doen.” Toen Hassan in zijn woning werd gevonden, was hij al een paar dagen dood, vertelt de Assadaaka-voorzitter met spijt in z’n stem: “Een paar weken geleden zag ik hem nog op straat. Hij gebaarde naar me, maar ik had geen tijd want ik was op weg naar een afspraak. Had ik toen toch maar een praatje met hem gemaakt, dan had ik nog iets voor hem kunnen doen.”
 
Djalaba
Amsterdam telt volgens El Mesri zeker een paar honderd Hassans en heel Nederland wel een paar duizend. Hun uiterlijk weerspiegelt hun situatie: “Toen ze hier jong kwamen, deden ze mee met de mode en droegen ze een spijkerbroek. Nu hebben ze een baard en lopen ze in een djalaba. Niet omdat ze opeens zo religieus zijn geworden, maar om hun armoede te verbergen. Ze hebben geen geld meer voor nieuwe kleren. Van zo’n gewaad valt niet op dat het steeds hetzelfde is.”
 
Klok
“Patiënten die niet willen genezen” noemt El Mesri die oudere moslims. “In hun hoofd staat de klok stil bij de tijd dat ze hier kwamen.” Dat was met het idee snel geld te verdienen om daar dan thuis in Marokko of Turkije wat mee op te bouwen. Maar het liep anders. De verdiensten vielen tegen of ze raakten hun werk kwijt. Waarna velen zich na verloop van tijd mislukt voelden. Terug gaan naar hun eigen land was geen optie. Met lege handen aankomen bij de familie betekende gezichtsverlies. El Mesri: “Dus bleven ze hier hangen, afwachtend, zonder in deze maatschappij te integreren. Hassan sprak na vijftig jaar ook nog altijd amper Nederlands.”
 
Aladin
El Mesri heeft recht van spreken. Zelf wel gekleed in een spijkerbroek en vlot hemd, vertelt hij in onberispelijk Nederlands hoe hij zelf al op z’n zestiende van Marokko naar Europa trok, “als een soort Aladin, tegen de zin van m’n ouders, maar ik vond mezelf volwassen genoeg”. Uiteindelijk belandde hij in Nederland. Maar na een paar jaartjes werken in verschillende baantjes vond hij het welletjes: “Ik wilde weer naar huis, mijn koffers stonden gepakt.” Een auto-ongeluk maakte abrupt een einde aan die plannen. Door een dwarslaesie kwam hij in een rolstoel terecht.
 
Kluizenaar
“Ik was volledig alleen. M’n ouders hoorden pas later van mijn ongeluk en met hangende pootjes terug naar Marokko wilde ik niet. Maar als gehandicapte gastarbeider had ik hier ook niets te zoeken”, herinnert El Mesri zich de eenzame periode na het ongeluk. Van het toenmalige revalidatiecentrum De Hoogstraat bij Leersum verhuisde hij naar een woning in Amsterdam-Noord: “De eerste paar weken leefde ik er als een kluizenaar, achter gesloten gordijnen. Buiten kwam ik niet. Want daar was de wereld waar niemand op mij zat te wachten. Totdat ik besefte dat ik de nieuwe Ahmed van na het ongeval wel moest accepteren. Zo ben ik naar het leven terug gekropen. Toen bedacht ik dat ik als ervaringsdeskundige iets kon betekenen voor andere migranten. Door hen te behoeden voor het sociale isolement dat ik had gekend. Want dat wens ik zelfs m’n ergste vijanden niet toe. Zo ben ik met dit werk begonnen. Dat werd mijn missie.”
 
Brug
Na de sociale academie werkte El Mesri jarenlang bij het Riagg, als tolk en hulpverlener voor Arabisch sprekenden: “Ik spoorde mensen aan mee te doen aan het leven hier.” Zelfredzaamheid en ‘participatie met behoud van eigen identiteit’ zijn ook de voornaamste uitgangspunten van Assadaaka dat hij in 1991 oprichtte. Assadaaka staat in het Arabisch voor vriendschap. El Mesri: “Zonder participatie krijg je gettovorming. Dat leidt nergens naar. Onze voornaamste activiteit is migranten de Nederlandse taal leren. Rond die basis organiseren we met zo’n honderdvijftig vrijwilligers allerlei andere activiteiten. Zo helpen we wie eenzaam is de brug over naar deze samenleving.” In 2006 zette hij de Stichting Onze Hoop op als belangenorganisatie voor migranten met een handicap: “Ik begrijp hun pijn want die ken ik zelf ook. Als voorbeeld bied ik ze houvast. Wat ik kan, kunnen zij ook. Als gehandicapte migrant hoef je niet bij de pakken neer te zitten.”
 
Moskee
Een formele erkenning voor zijn werk kreeg El Mesri in 2007 toen toenmalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen hem een koninklijke onderscheiding opspeldde. Eerder al won Assadaaka de diversiteitsprijs van de stad. “Maar er is nog een lange weg te gaan,” relativeert El Mesri zelf het koninklijke lintje. “Zo’n lintje is leuk, maar geridderd word je door jezelf, door naar jezelf te kijken en te blijven bijleren. Zonder introspectie blijf je je hele leven een bedelaar die wacht op gunsten van anderen.” Die levensvisie brengt hem terug bij de eenzame oude moslimmannen: “ Ze zijn bijna allemaal ziek. Fysiek en de meesten ook psychisch. In het theehuis zie je ze niet meer want ze schamen zich voor de jongere generatie. Toen die er voor de economische crisis nog waren, ontmoetten ze elkaar nog in buurthuizen. Nu gaan ze naar de moskee. Niet omdat ze plotseling zulke goede moslims zijn geworden, maar omdat dat nog de enige plek is waar ze voor hun gevoel buitenshuis naartoe kunnen.”
 
Vleugel
Bij het stadsbestuur en zorgorganisaties pleit El Mesri voor verzorgingstehuizen die meer multicultureel zijn. Qua inrichting en met verzorgend personeel dat geschoold is in de omgang met ouderen uit andere culturen. “Oude moslims vertikken het nu om zo’n tehuis in te gaan. Ze zijn bang er niet goed te worden behandeld en willen geen bezienswaardigheid zijn.” Fel gekant is hij tegen het idee van Islamitische verzorgingstehuizen: “Dan creëer je weer getto’s. Ik ben juist voor meer cohesie. Dus gewone verzorgingstehuizen met bijvoorbeeld een vleugel voor moslims, met halal eten en een theehuis. En waarom niet met een kleine bazaar met buitenlandse spulletjes.” Hij verzekert dat veel moslimouderen er ook zo over denken: “Die zitten niet te wachten op een apart tehuis. Na al die jaren hier en zonder nog familie in eigen land voelen ze zich in dit land toch wel thuis. Dus verkiezen ze een gewoon verzorgingstehuis mits het voor hen laagdrempelig is.”
 
Apen
Maar zijn oproep tot “cultureel diverse” verzorgingstehuizen vindt tot nu toe geen gehoor: “Men vindt het een goed idee. Maar door de economische crisis gaat het toch telkens niet door.” Ook met zijn idee voor een ‘multicultureel inloophuis’ in de stad wil het niet vlotten. Zodat Assadaaka voor het organiseren van activiteiten nu alleen op avonden terecht kan in het activiteitencentrum Rumah Kami in Amsterdam-Oost. Wat voor het realiseren van plannen volgens El Mesri zou helpen, is als verschillende migrantenorganisaties meer met elkaar zouden samenwerken. Maar tegelijkertijd heeft hij daar ook bedenkingen bij: “Andere organisaties roepen nog te veel dat migranten zielig zijn of te oud en een tolk nodig hebben.” Maar hij geeft de hoop niet op. Met elkaar in contact blijven staat voor hem voorop in zulk soort gesprekken: “Ik wil mensen niet afschrikken, niets forceren.” “Kaartspelen met apen” noemt hij het voor zichzelf, waarbij hij gebaart naar twee schilderijtjes van apen aan de muur. Niet belerend maar haast vaderlijk: “Wat mij is overkomen heeft mij extra weerbaar gemaakt. Anderen zijn ook wel eens door een slang gebeten maar daardoor nu bang voor een tuinslang. Terwijl we juist af moeten van die slachtofferrol.”
 
Kast
Andere islamitische organisaties vinden El Mesri te liberaal. Omdat hij vrouwen aanspoort het heft in eigen hand te nemen en omdat hij opkomt voor homo’s. “Ik ben zelfs bedreigd. Maar als ik voor een groep moslimvrouwen spreek, zie ik gewoon dat de meesten ook eenzaam zijn, ook al ontkennen ze dat zelf. En homo’s hebben het in de islamitische wereld helemaal zwaar. Ze leiden een verborgen bestaan en zijn heel erg eenzaam. Ook in Amsterdam. Zelf begeleid ik een imam die homo is. Zo’n man verkeert in grote gewetensnood. Dus bij Assadaaka leren we vrouwen en homo’s praten over hun eenzaamheid en er iets tegen te ondernemen. Voor homo’s betekent dat uit de kast durven komen. Nergens in de koran staat duidelijk dat homoseksualiteit verboden is.”
 
Syrië
El Mesri ziet nu hoe de economische crisis veel migrantengezinnen confronteert met werkloosheid en armoede. En hoe vereenzaamde moslimjongeren daardoor vatbaar worden voor politiek-religieuze propaganda. “Als je eenzaam bent, ga je radicaliseren en word je een makkelijke prooi voor ronselaars,” verklaart hij de groeiende groep jihadreizigers naar Syrië. Met ‘weerbaarheidstrainingen’ probeert Assadaaka die jongeren op andere gedachten te brengen. Tegelijkertijd probeert El Mesri begrip voor ze op te brengen, door dichterlijk terug te blikken op z’n eigen bestaan als migrant: “De ziel van de migrant dwaalt en huilt want hij is niet stabiel maar verborgen eenzaam. Mijn ziel is hier nu aan het wennen. Ik voel mij nu een Nederlander maar Marokko blijft ook mijn land. Daar heb je dus meteen het probleem: de ziel van de migrant die niet kan kiezen.”
 
3 juli 2013
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten