zaterdag 13 december 2014

Toespraak van Ahmed El Mesri, voorzitter Onze Hoop over de Wijkzorg


Stichting Onze Hoop - voor en door migranten met een handicap of chronische ziekte en hun familie. 

Themabijeenkomst zorg in de wijk  

Op 11 december 2014 van 13.00 – 16:30 uur heeft Onze Hoop een themabijeenkomst georganiseerd in samenwerking met Cliëntenbelang Amsterdam over de wijkzorg. Er waren zowel informele als professionele mensen aanwezig, ook de doelgroep was hier goed vertegenwoordigd. De aspecten van de wijkzorg als de input die van de wijkbewoners gevraagd werd (informele zorg) werden belicht. Tijdens deze middag kon u in discussie gaan met ervaringsdeskundigen, mantelzorgers, beleidsmedewerkers en zorgprofessionals. Het was een goede en leerzaam bijeenkomst. Er waren 50 bezoekers aanwezig.

Hier onder volgt de toespraak van Ahmed El Mesri, voorzitter Onze Hoop over de Wijkzorg

Beste dames en heren, fijn dat u er bent. Hierbij heet ik u van harte welkom op deze bijeenkomst over Wijkzorg. We gaan het vanmiddag over een belangrijk onderwerp hebben. Per 1 januari 2015 gaat er namelijk veel veranderen op het gebied van zorg en welzijn. Een van de verandering is dat de overheid de zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking zoveel mogelijk op locaal niveau wil gaan organiseren: de zogenaamde Wijkzorg. Herman Klein-Tiessink van Cliëntenbelang zal straks vertellen wat Wijkzorg precies inhoudt en wat dat voor u als bewoner met een hulpvraag, gaat betekenen. Hij zal ingaan op de gevolgen die dit heeft voor de zorg en ondersteuning die u op dit moment ontvangt of in de toekomst wellicht nog nodig zult hebben.

Als voorzitter van Onze Hoop wil ik hieraan voorafgaand een aantal zaken aan de orde stellen die cruciaal zijn gezien de veranderingen die ons de komende tijd te wachten staan.

De eerste belangrijke verandering is het overhevelen van een aantal begeleidingstaken vanuit de AWBZ naar de WMO. Dit betekent dat de gemeente in plaats van de centrale overheid voortaan verantwoordelijk is voor de ondersteuning van mensen met een beperking. Het gaat hierbij om mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking en kwetsbare ouderen. Dagbesteding (inclusief vervoer) en inloopvoorzieningen, woonbegeleiding, ondersteuning in de dagelijkse handelingen, kortdurende opvang en mantelzorgondersteuning; de gemeente bepaalt voortaan wat u nodig heeft en moet dit doen met een budget dat 30% lager is dan het budget dat de centrale overheid hiervoor had. Mensen zullen minder snel een indicatie krijgen voor opname, begeleiding of dagbesteding.

Ouderen en mensen die voorheen werden opgenomen, moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Terwijl er enorm wordt bezuinigd op de voorzieningen die nodig zijn om dat mogelijk te maken. Ook is huishoudelijke hulp niet meer vanzelfsprekend. Dit wordt alleen nog maar in bijzondere gevallen toegewezen. De overheid gaat er namelijk vanuit dat mensen veel meer zelf moeten doen. Als zij daar niet toe in staat zijn dan moeten zij de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben eerst binnen hun eigen kring van familie, vrienden, kennissen en buren zoeken. Waar dit echt niet kan, zal een beroep op initiatieven in de buurt gedaan moeten worden.

Dan pas zal professionele hulp worden ingezet. Dit alles wordt vastgelegd in een zogenaamde ondersteuningsplan. Dit plan wordt opgesteld tijdens een zogenaamde ‘keukentafelgesprek’.  

Deze term zorgt bij veel mensen al voor angst en beven omdat zij bang zijn dat zij enorm onder druk zullen worden gezet om hun familie en vrienden om hulp en ondersteuning te vragen terwijl beide partijen dat misschien helemaal niet willen of kunnen. Vervolgens zijn ze bang dat als zij dat niet doen, zij niet de hulp en ondersteuning zullen krijgen die ze nodig hebben. Wij geven mensen daarom het advies om er in ieder geval voor te zorgen dat er iemand bij het keukentafelgesprek aanwezig is die hun situatie goed kent en hun belangen kan verdedigen.

Ten tweede wordt de zorg en ondersteuning op een andere manier georganiseerd. Dit gaat zoveel mogelijk wijkgericht gebeuren. Het idee is dat – door binnen een bepaald gebied met elkaar samen te werken – zorgorganisaties betere zorg kunnen leveren.  

Het is de bedoeling dat zij dichter bij de mensen komen te staan en elkaar als zorg- en welzijnsorganisaties beter leren kennen waardoor ze – als er meer vormen van ondersteuning nodig zijn – goed met elkaar kunnen samenwerken en daardoor efficiënte zorg en ondersteuning kunnen leveren. Het probleem is dat deze nieuwe structuren van samenwerking nog lang niet voldoende zijn ontwikkeld terwijl de veranderingen in de toewijzing van hulp en ondersteuning al wel vanaf januari gaan plaatsvinden. We zijn daardoor bang dat er veel mensen tussen wal en schip zullen raken niet de zorg en ondersteuning zullen krijgen die ze nodig hebben.

Bovendien wordt er ook binnen de Wijkzorg flink bezuinigd. Er wordt een groter beroep gedaan op de inzet van mensen zelf. Eerst kijken wat je zelf nog kunt, dan kijken wat je vrienden en familie voor je kunnen doen. Als daar geen mogelijkheden liggen dan wordt er gekeken welke buurtinitiatieven er zijn die hulp zouden kunnen bieden. Dan pas mag er een beroep worden gedaan op collectieve voorzieningen waarbij van maatwerk nog lang geen sprake is (misschien voorbeeld van inwisselen rolstoelen noemen).

In het nieuwe systeem wordt dus veel verwacht van vrijwilligers. Mensen moeten elkaar zoveel mogelijk onderling ondersteunen. Wat er hierbij vergeten lijkt te worden is dat er in Nederland al op grote schaal hulp en ondersteuning door familie en vrienden wordt geboden. Veel rek zit er dus niet meer in. Bovendien zijn vrijwilligersorganisaties al jaren bezig met het koppelen van buurtbewoners en lotgenoten aan elkaar die elkaar op vrijwillige basis onderlinge hulp en ondersteuning bieden.

Zij vullen al de gaten die in de reguliere hulpverlening vallen en straks alleen maar groter zullen worden. Maar ook de voorgestelde werkwijze is niet nieuw. Ondersteuning door vrijwilligersorganisaties gebeurt meestal binnen een bepaalde buurt en is altijd al gericht geweest op het versterken van de zelfredzaamheid en eigen kracht van de hulpvrager. Omdat dit op buurtniveau en op vrijwillige basis gebeurt - vaak door mensen die in dezelfde positie zitten of hebben gezeten - wordt de hulpvrager na verloop van tijd vaak zelf vrijwilliger die anderen gaat steunen of gaat hij of zij zich op een andere manier voor de buurt inzetten. Wat de gemeente nu via de reguliere zorg- en welzijnsorganisaties wil bereiken, doen wij al jaren vanuit het hart. Afgelopen jaar heeft Onze Hoop dit nogmaals gedaan in de vorm van een project in het kader van de pilot Wijkzorg in de Indische Buurt/Oostelijk Havengebied. Ook hier weer is gebleken wat de kracht en de meerwaarde is van hulp en ondersteuning op vrijwillige basis. Maar dit gaat niet vanzelf. Er is veel inzet en ondersteuning van de vrijwilligers zelf nodig. Kennis, ervaring, geld en faciliteiten zijn nodig om dit belangrijke werk te ondersteunen en niet incidenteel maar langdurig. Als de overheid wil dat vrijwilligers de belangrijkste kracht binnen de dragende samenleving gaan worden, dan moet ze dat ook willen faciliteren.

Juist het tegenovergestelde lijkt echter het geval. Zelforganisaties zoals Onze Hoop worden weggesaneerd of ontdaan van hun huisvesting waardoor zij niet meer goed hun werk kunnen doen. Een enorme hoeveelheid opgebouwde kennis en ervaring gaat daarmee verloren. Het werk dat de zelforganisaties doen, kan niet zomaar overgenomen worden door een nieuwe partij. De zelforganisaties en belangenverenigingen hebben in de loop der jaren op basis van hun inzet en solidariteit het vertrouwen van buurtbewoners gewonnen en staan dicht bij de mensen. Zij hebben echt contact met de kwetsbare mensen waar het om gaat. Zij weten wat hun behoeften zijn, wat hun mogelijkheden zijn en wat zij nodig hebben om zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven. Want laten we duidelijk zijn: iedereen – dus ook mensen met een beperking – wil meedoen in de samenleving. Iedereen wil zoveel mogelijk zijn of haar talenten inzetten, samen met anderen nuttig zijn, mobiel kunnen zijn zodat zij naar vrienden en kennissen kunnen, of naar een doktersafspraak of naar werk of vrijwilligerswerk.

Kortom, in de taal van de gemeente: kunnen participeren. Juist dit participeren wordt steeds moeilijker als de nodige hulp en ondersteuning achterwege blijven of niet voldoende worden gefaciliteerd.

Vandaar dat wij met een aantal vrijwilligersorganisaties het initiatief hebben genomen tot het oprichten van de Alliantie voor Informele zorg. De Alliantie voor Informele Zorg heeft als doel om als vrijwilligersorganisaties die informele zorg bieden, de krachten te bundelen en er op te letten dat mensen met een beperking de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Daarnaast komt zij op voor de belangen van de vrijwilligers. Dit werk moet ondersteund worden en mag niet ten onder gaan aan een beleid van de gemeente dat gebaseerd is op onkunde over de echte belangen, behoeften en mogelijkheden van haar burgers. En aan een gebrek aan solidariteit.

In deze tijd waarbij het voor de welgestelden in onze samenleving nog altijd mogelijk is om meerdere huizen en auto’s, dure designkleding en zinloze technische snufjes te bezitten terwijl anderen het nog net kunnen redden met pakketten van de voedselbank, waar ouderen en chronisch zieken met een toenemende eigen bijdrage aan zorgkosten zitten, en met minder ondersteunende voorzieningen door de invoering van de nieuwe participatiewet, mag niet alles neerkomen op de ruggen van vrijwilligers. De dragende samenleving die de overheid zo graag wil moet door ALLE burgers worden gedragen, niet alleen maar door vrijwilligers die een groot hart maar vaak een kleine beurs hebben en echt bij hun medebewoners betrokken zijn in plaats van drie keer per jaar met hun jacht op vakantie gaan en via allerlei belastingvoordelen alleen maar rijker worden terwijl de armen steeds maar armer worden. De overheid moet zorgen voor voldoende budget voor goede en toegankelijke zorg en ondersteuning van burgers die dat nodig hebben en voor vrijwilligersorganisaties die de expertise en ondersteuning van de vrijwilligers leveren die kwetsbare burgers ondersteunen waar de reguliere zorg en welzijn wegvalt.  

Er is dus alle reden om kritisch te zijn en een vinger aan de pols te houden, want als zelforganisaties verwachten we dat er veel mensen tussen wal en schip zullen raken en de expertise op het gebied van vrijwillige inzet gevaar loopt omdat onze eigen organisaties in hun bestaan worden bedreigd.  

De rol van belangenorganisaties wordt dus alleen maar belangrijker. Dus ook die van Cliëntenbelang.  

Cliëntenbelang zal nog beter moeten luisteren naar de signalen die zij van haar lid-organisaties krijgt en het werk van deze belangenorganisaties moeten ondersteunen. Daarbij hoort ook het voortdurend werken aan diversiteit. Ouderen en kwetsbare bewoners met een migrantenachtergrond vormen een toenemende groep waarvan de belangen worden bedreigd.

Cliëntenbelang zal dus nog beter moeten luisteren naar de lid-organisaties die de belangen van deze burgers behartigen. Het feit dat deze bijeenkomst georganiseerd is in samenwerking tussen Cliëntenbelang en Onze Hoop stelt ons hoopvol, maar er is alle reden om uitermate waakzaam te blijven. Er zal nog veel werk verricht moeten worden en wij moeten met iedereen die de belangen van mensen met een beperking ter harte nemen actief en kritisch blijven en vooral goed samenwerken. Wij moeten de krachten bundelen om een sterke partij te vormen naar de gemeente in deze ontwikkelingen.  

Zo meteen zal Anneke Bolle ingaan op de ontwikkelingen binnen de Wijkzorg gezien vanuit de belangen van mensen met een psychische beperking. Daarna zal – zoals gezegd - Herman Klein-Tiessink van Cliëntenbelang ingaan op een aantal praktische gevolgen van de invoering van de Wijkzorg.  

Ik wens u een plezierige en leerzame middag en u wordt van harte uitgenodigd uw mening, vragen, zorgen en ideeën te delen tijdens de discussie. De knelpunten en aanbevelingen die we vanmiddag met z’n allen vaststellen, zullen we meenemen in ons verdere beleid en handelen in onze rol als belangenbehartiger van mensen met een beperking.

De middag sluiten we af met een borrel waarbij er gelegenheid is om op een informele manier met elkaar na te praten.  

Voor meer informatie: 

Stichting Onze Hoop  

Adres:

Plantage Middenlaan 14
1018 DD Amsterdam
T. 020-7525131, M. 06-47440672
E. info@stichtingonzehoop.nl
W. www.stichtingonzehoop.nl

Bereikbaar met Tram 14 en 9, halte Plantage Parklaan

Geen opmerkingen:

Een reactie posten