zondag 11 december 2016

De Internationale dag van de Mensenrechten bij Assadaaka Community

Tegen Discriminatie, Racisme en Uitsluiting van mensen met beperking

Assadaaka Community organiseerde op 10 December. 2016 De Internationale dag van de Mensenrechten. in het kader van de Internationale dag van de Mensenrechten, uitgeroepen door de Verenigde Naties in 1960, een thema: Meervoudige gehandicapt en dubbel gediscrimineerd.

Het verbod op discriminatie op grond van huidskleur en herkomst is een van de universele mensenrechten. Ook de rechten van de vreemdelingen, mensen met beperking  en asielzoekers moeten gewaarborgd blijven. Het was een leerzame avond met bijzonder bezoekers en veel gestelde vragen.

Hieronder volgt de toespraak van Ahmed El Mesri, deskundige in Multiculturalisatie

Geachte dames en heren,

Mijn naam is Ahmed El Mesri, ik ben geboren in Marokko, maar woon al geruime tijd in Nederland en ik heb hier meer dan vijfentwintig jaar geleden de Assadaaka Community opgezet, waarvan ik hoofd-coördinator ben. Door mijn lange ervaring op het gebied van integratie en sociale cohesie heb ik een goed beeld gekregen van het leven van veel mensen van niet westerse oorsprong die naar Nederland gekomen zijn. Omdat ik gezien heb dat de problemen waar veel van deze mensen mee te maken hebben, specifiek voor deze groep is, heb ik enige jaren geleden de stichting Onze Hoop opgericht, die zich inzet voor mensen van niet Nederlandse afkomst met een handicap.

Door de werkzaamheden en de vele mensen die ik via beide laatstgenoemde organisaties ontmoet, hebben ik en mijn collega's een goed beeld gekregen van wat het betekent om meervoudig gehandicapt te zijn. En daar wil ik het dan ook graag met u over hebben. Wat betekent het om dubbel gehandicapt te zijn? En waarom zijn mensen met een beperking en een niet Nederlandse achtergrond meervoudig gehandicapt? Wat kunnen wij eraan doen en hoe moeten wij ermee omgaan?

Ik heb al vaak gezegd en word er in mijn praktijkervaring voortdurend in bevestigd: de immigrant uit een niet Westers land heeft een handicap of misschien liever gezegd een beperking. Een beperking omdat hij hier als buitenstaander gekomen is en zelfs als hij erin geslaagd is om zo goed en zo kwaad als het gaat zich aan de Nederlandse maatschappij aan te passen, hij blijft toch een buitenstaander.

En als zelfs de goed geïntegreerde buitenlander toch altijd nog als een buitenstaander gezien wordt, hoe veel meer geldt dat dan wel niet voor de immigrant die hier gekomen is met het idee enkele jaren te werken en daarna weer terug te keren naar het land van herkomst, kortom, de immigrant die nooit geïntegreerd is. En juist die immigranten zijn het die vijf en veertig jaar geleden, vaak als jonge, sterke mannen, naar Nederland kwamen en meegeholpen hebben het land op te bouwen zonder er zelf echt deel aan gehad te hebben, die mannen zijn het die nu de 65-jarige leeftijd naderen of gepasseerd zijn, die arbeidsongeschikt geworden zijn van het veelal zware werk dat ze gedaan hebben, en die gehandicapt zijn door hun ongeïntegreerdheid, hun echt vreemd zijn in een wereld waarin zij weliswaar leven maar waarvan zij geen deel uitmaken.

Ook ik ervaar mijn lichamelijke handicap als een extra handicap.

Ik ben een goed voorbeeld van een geïntegreerde Marokkaan: ik spreek de Nederlandse taal, ik probeer, voor zover mijn lichamelijke beperking het mij toelaat, mee te doen aan de Nederlandse maatschappij, maar toch merk ik vaak dat mensen mij in eerste instantie nog steeds zien als een Marokkaan en mij soms zelfs met enige achterdocht bekijken.

Hoeveel meer geldt dat dan niet voor die vele mensen die onzichtbaar waren zolang als zij aan het arbeidsproces deelnamen, maar nu, nu zij lichamelijke beperkingen hebben en met veel psychische en sociale problemen te maken hebben en vaak negatief in het beeld komen.

Jarenlang hebben zij hard gewerkt, maar nu worden zij vaak alsnog gezien als mensen die misbruik maken van onze sociale voorzieningen. En hun handicap van een niet Nederlandse achtergrond, die altijd op de achtergrond meegespeeld heeft, die altijd aanwezig geweest is, die lijkt nu nog eens extra geaccentueerd te worden door de lichamelijke en psychische handicaps die door de ouderdom en het leven erbij gekomen zijn.

En ja, dat geldt zelfs voor de mensen die de zogenaamde tweede generatie en derde immigranten zijn: mensen die hier weliswaar geboren en getogen zijn, maar ook nog de nationaliteit van het geboorteland van hun ouders hebben, mensen die vaak heen en weer geslingerd worden tussen loyaliteit aan het geboorteland en loyaliteit aan het land van ouderlijke herkomst, mensen die zich hier niet volledig thuis voelen, maar die ook niet meer terug zouden kunnen gaan naar het land van ouderlijke herkomst.

Ik kan nog een hele lijst op gaan noemen van mensen die te maken hebben met deze dubbele handicaps of zelfs nog meer. Het loyaliteitsprobleem waar ik het net over had, blijft niet beperkt tot de zogenaamde tweede en derde generatie, maar blijft doorgaan – en een oplossing van dit  probleem lijkt nog steeds niet voorhanden, integendeel: juist zelfs door de schijnbare of misschien zelfs blijkbare verharding in het allochtonenvraagstuk lijkt dit alleen maar meer op scherp gezet te worden: het 'wij' tegen 'zij'.

Maar gelukkig begint het besef door te dringen – een besef dat ik al vele jaren heb en waarom ik een stichting als Onze Hoop in het leven geroepen heb, waarom ook een organisatie als de Assadaaka Community belangrijk werk verricht – dat de problematiek van de immigrant niet beperkt is tot het verschil in cultuur, niet beperkt is tot een mislukte integratie, maar dat het een veel groter complex is, dat op allerlei manieren in alle gebieden van het bestaan doordringt.

Wij hebben in de afgelopen jaren veel ervaring opgebouwd in het oplossen van problemen waarmee meervoudig gehandicapte immigranten te maken hebben of te maken krijgen. De eerste stap – en dat blijkt steeds opnieuw van enorm groot belang te zijn – , is erkenning van het probleem, zowel door degene die met het probleem geconfronteerd wordt als door degene die aan de zijde van de hulpverlening staat. Dat herkenningspunt wordt nu ook door beleidsmakers, onderzoekers, hulpverleners en allerlei anderen die met deze mensen te maken hebben, erkend. Wij zullen ook zeker niet stil blijven staan bij het constateren van het probleem of het in kaart brengen van de situatie. Het is onze taak om de situatie aan te pakken, om te komen tot een bevredigende oplossing. Hopelijk kunnen wij hieraan vandaag een nuttige en niet de eerste, maar de zovele bijdrage leveren.

Ik dank u.

De Vriendschap Community Assadaaka stelt zich ten doel:
Een laagdrempelige organisatie die verschillende groeperingen in de samenleving (de buurt) wil samenbrengen om wederzijds begrip te bevorderen, door een ontmoetingsplek aan te bieden en activiteiten te organiseren. Deze activiteiten dienen de integratie en emancipatie te bevorderen met behoud van eigenheid in persoon en achtergrond.

Voor meer informatie tijdens kantooruren:
ASSADAAKA: Palembangstraat 52, 1094 TK Amsterdam | Tel:  0647440672 | IBAN: NL22 ABNA 0489 3349 97 | K.v.K. 40.53.87.25 | E. info@assadaaka.nl  | W. www.assadaaka.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten